Zandvoort in de Tweede Wereldoorlog

Thema

Het project Zandvoort in de Tweede Wereldoorlog gaat over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en in het bijzonder in Zandvoort.

Op 10 mei 1940 begon de oorlog in Nederland. Vier dagen later, na het verwoestende bombardement op Rotterdam, gaf Nederland zich over. In Zandvoort werd op 10  mei om 8 uur ’s morgens al een spoedvergadering van de gemeenteraad belegd.
In  het Raadhuis kwam de gehele gemeenteraad (‘het voltallige college van B&W’) bij elkaar in het Raadhuis om te vergaderen over de nieuwe situatie onder leiding van burgemeester van Alphen. Natuurlijk was de inval van de Duitsers niet helemaal onverwachts. Al vanaf september 1939 was Nederland paraat voor een eventuele inval. Alle jonge mannen onder de 35 jaar waren in dienst. In Zandvoort kwam bijvoorbeeld een grote groep cavaleristen, soldaten te paard. De paarden werden in een grote garage gestald in de Oranjestraat.
De burgemeester vertelde wat er de afgelopen uren in Nederland gebeurd was, en ook dat hij verwachtte dat Zandvoort hier al snel bij betrokken zou worden.

Dit gebeurde inderdaad. Er kwam direct een eenheid van de SS naar Zandvoort. Ook woonden er in Zandvoort tamelijk veel NSB’ers, dat zijn Nederlanders die voor de Duitsers kozen. De gevolgen werden vooral voor de Joden al gauw duidelijk.
Op 5 augustus 1940 werd de Joodse synagoge aan de Mezgerstraat opgeblazen.  Anderhalf jaar later, op 13 maart 1942, moesten 153 Joodse gezinnen uit Zandvoort vertrekken naar Amsterdam. Vanaf daar werden de meesten verder vervoerd naar concentratiekampen. Slechts enkelen overleefden de oorlog en konden terugkeren naar Zandvoort.

Ook voor de andere inwoners van Zandvoort werd het leven moeilijker. De Ortskommandant van Haarlem liet verschillende verordeningen bekendmaken, waaronder inkwartiering, vordering van goederen, paarden en arbeidskrachten.
Meerdere gebouwen, zoals het vakantiehuis ‘Zomers Buiten’ en het Grand Hotel, werden door de bezetter ingevorderd. Burgemeester van Alphen werd in november 1942 ontslagen, vanwege zijn ‘stroeve houding’ tegenover de Duitsers. Hij werd vervangen door een NSB-burgemeester.

Zijn ontslag kwam ongeveer tegelijk met de start van de werkzaamheden voor de Atlantik wall. De Duitsers waren bang voor een aanval van de Amerikanen en Engelsen en besloten de kust de gaan verdedigen. De héle kust, van Noorwegen tot Spanje.
Voor Zandvoort had dit grote gevolgen. Op 23 mei 1942 werd de toegang tot het strand voor de hele bevolking verboden en ook kwam er een verbod om voor de kust te vissen. Met prikkeldraad werd de hele kust afgezet. Sperrgebiet noemden de Duitsers het afgezette terrein.
Op 6 november 1942 moest een groot deel van de bevolking evacueren.
Velen werden in de omgeving ondergebracht, zoals in Heemstede en Vogelenzang. Anderen werden op transport gesteld naar Drenthe en Friesland.
Het aantal inwoners liep in een paar maanden tijd terug van 9808 naar 6789. Uiteindelijk zouden er in januari 1944 nog maar 1789 inwoners overblijven. Dat betekent dat zo’n 8 op de 10 inwoners aan het einde van de oorlog uit Zandvoort vertrokken was!
De groep van achterblijvers woonde in het centrum van het dorp. De buitenwijken werden verlaten gebied, waarin meerdere mijnenvelden werden gelegd.

En alsof dit allemaal nog niet genoeg was, werd de prachtige Boulevard langs het strand, met de grote hotels en mooie pensions, waarop Zandvoort zo trots was geweest en die Zandvoort tot een beroemde badplaats had gemaakt totaal afgebroken door de Duitsers. Er bleef niets van over. In totaal werden er 648 gebouwen gesloopt. Ook de watertoren werd afgebroken. Het was blijkbaar nodig voor de Atlantikwall, voor de geallieerden was het een mooi herkenningspunt, maar het was ook een staaltje machtsvertoon van de Duitsers.

Vanaf het begin van de oorlog was er een kleine groep mensen die in verzet ging tegen de Duitsers. In de loop van de oorlog werden het er steeds meer. 
Een bekende Zandvoortse verzetsstrijder is Wim Gertenbach, die leefde van 1904 tot 1943. Als drukker gaf hij de Zandvoortse courant uit. Vanaf eind 1941 verzorgde hij vanuit zijn drukkerij in Zandvoort de illegale krant het Parool. Op 31 januari 1942 werd hij gearresteerd, samen met zijn collega’s IJs de Jong en Piet Paap. In december 1942 werd de doodstraf uitgesproken; voor IJs de jong en Piet Paap werd die omgezet in 15 jaar tuchthuisstraf, maar Wim Gertenbach werd daadwerkelijk omgebracht op 5 februari 1943. Hij kreeg na de oorlog postuum, dus na zijn dood, het Verzetskruis.

Een andere bekende verzetsstrijder was Hannie Schaft, die leefde van 1920 tot 1945. Eigenlijk heette zij Jo Schaft, maar haar verzetsnaam werd Hannie Schaft. Ze woonde in Haarlem en was al jong geïnteresseerd in politiek. Haar verzetswerk begon met het stelen van voedselbonnen en persoonsbewijzen voor onderduikers, maar ze gaf al snel aan actiever in het verzetswerk te willen zijn. Ze kreeg de opdracht een medewerker van de Sichterheitsdienst neer te schieten. Ze vond het eng, maar ze schoot, maar hoorde alleen een ‘klik’. Het bleek een test van de verzetsgroep of ze daadwerkelijk durfde en ze was geslaagd voor de proef. Hannie deed alles voor het verzet. Ze sprak goed Duits dus legde ze contact met Duitsers en spioneerde, ze hielp bij het opblazen van spoorbruggen, ze schoot Duitsers en verraders dood, ze haalde en bracht wapens, verzetskranten enzovoort. Op een avond werd ze betrapt met verzetskranten in haar fietstas. De Duitsers zetten haar apart, ze vonden haar pistool in haar tas en beseften dat zij de veel gezochte Hannie Schaft was. Het lukte de andere verzetsstrijders niet haar op tijd te bevrijden. Op 17 april 1945, drie weken voor het einde van de oorlog, namen de Duitsers haar mee naar de duinen en schoten haar daar dood. Ze begroeven haar op het strand. Op 27 november 1945 werd ze herbegraven op de Eerebegraafplaats en kreeg ze het Wilhelmina verzetskruis.

Op 5 mei 1945 was heel Nederland bevrijd. In Zandvoort vierde men feest. Het Raadhuis werd versierd en de mensen begroetten de Canadezen die het dorp in reden. Met een vals persoonsbewijs kwam burgemeester van Alphen langs de Duitse versperringen het dorp weer in. Hij bleef burgemeester van Zandvoort tot 1948.

En wat gebeurde er met de Atlantik wall, de bunkers en de mijnenvelden? De mijnenvelden werden geveegd, de loopgraven volgestort, bunkers werden onder het zand begraven en opgeblazen. Het badleven kwam weer op gang en er werd zelfs een slimme oplossing bedacht. Aan de rand van Zandvoort werden 37 bunkertjes omgetoverd tot zomerverblijven. Tegenwoordig zijn in de duinen nog steeds de bunkers te zien.