Lesbeschrijving groep 5

Themaboek: ABC… redders op zee
Het boek is in de leskist in boekvorm aanwezig, maar ook zijn de letters apart tot ophangkaarten verwerkt. Hang de kaarten met behulp van de S-haken op in de klas. Gebruik de overige objecten ter decoratie voor de themahoek.


Les 1 Introductie van het thema

Nodig:
* Powerpoint-voorstelling ‘Reddingwerk in Zandvoort’

Zelf verzorgen:
* Digibord
* Computer

Lees en bekijk de powerpointvoorstelling.


Les 2 Reddingwerk in uitvoering

Nodig uit de leskist:
* Opdrachtkaarten ‘Reddingwerk in uitvoering, 1 t/m 20’ – alle kaarten zijn er in tweevoud
* Informatiebrochures
* Touwen om te knopen
* Reddingsklos
* Antwoordkaart voor de leerkracht – hierop staan ook de benodigde letters

Download pdf:
* Antwoorden bij de opdrachtkaarten

Zelf verzorgen:
* Papier en pen om antwoorden te noteren

U kunt zelf naar keuze opdrachtkaarten weg laten uit de opdrachten (bijvoorbeeld wanneer er geen internet beschikbaar is, verwijder dan de twee internetopdrachten)
De bedoeling van deze les is dat de leerlingen gezamenlijk alle opdrachtkaarten maken, hiermee letters verdienen om uiteindelijk de zin te maken. U vindt op de antwoordkaart de letters die bij de opdrachtkaartnummers horen.
U kunt de leerlingen op verschillende manieren te werk laten gaan:
* Iedere leerling krijgt steeds een opdrachtkaart, voert de opdracht uit, haalt een nieuwe kaart. Na plm 3 tot 5 kaarten kijkt u de antwoorden na. Dit is ook mogelijk om gedurende een paar dagen te doen wanneer leerlingen klaar zijn met hun werk.
* U legt de kaarten in sets bij tafelgroepjes, bijvoorbeeld alle opdrachten met knopen liggen bij elkaar, alle opdrachten website liggen bij de computers, etc. De leerlingen rouleren langs de opdrachten.
Het is niet nodig dat alle leerlingen alle opdrachtkaarten maken.
Zorg wel bij het nakijken, dat de leerling of u in het werk van de leerling zowel het opdrachtkaartnummer als de bijbehorende letter noteert.

Wanneer de leerlingen voldoende opdrachten hebben uitgevoerd, noteert u de nummers 1 t/m 20 op het bord. En u vraagt: ‘wie weet de letter die hoorde bij opdracht nummer 1, 2 , 3 etc.’
Op die manier verzamelt u de letters die uiteindelijk de zin ‘redden is van alle tijden’ maken.
Wanneer u opdrachtkaarten had weggelaten, vul dan zelf even de bijbehorende letters in op het bord.

 

Les 3 Bezoek aan de Reddingsbrigade
Maak een afspraak met de Reddingsbrigade door te bellen of mailen met Silvie Rosendal:
silvierosendal@hotmail.com
M 06-26254825

 

Les 4 Maak een affiche
Nodig uit de leskist:  
* Affiches

Zelf verzorgen:
* Teken- en kleurmaterialen

De leerlingen hebben nu veel aspecten van het reddingswerk gezien. Redden zoals het vroeger ging, redden zoals het nu gaat, verschillende situaties waarin mensen gered moeten worden, etc.
Vraag de leerlingen zo creatief mogelijk een situatie te bedenken waarin een reddingsteam in actie moet komen. Dit mag op zee zijn, maar ook op het strand, bij een rivier etc, het mag een situatie uit het verleden zijn of uit het heden of zelfs de toekomst.
De opdracht luidt: teken of beschrijf die situatie en vervolgens in de verschillende vakjes hoe de gebeurtenissen verder verlopen en hoe het afloopt: loopt het goed of slecht af? Ook dit mag de leerling zelf bepalen.


Les 5 Gymles: wie is het beste reddingsteam?

Een goed reddingsteam:
–        Kan goed samenwerken
–        Is sterk
–        Heeft snelheid en een supergoede conditie

Dit wordt tijdens deze gymles als volgt getest:

1 Chagrijnenspel
Dit spel staat bekend als  het ‘chagrijnenspel’, omdat je als je het fout doet, opnieuw moet beginnen.
Hiermee kun je als docent zo streng omgaan als je zelf wilt.
Zo gaat het spel:
Richt in het lokaal twee gelijkwaardige hindernisbanen in. Deze bestaan bijvoorbeeld uit de volgende hindernissen over de lengte van de zaal:
– Een (niet te hoge) kast
– Een bank, dan de touwen en nog een bank aan de overkant
– Een trapezoïde met plank bovenop, aan beide kanten banken schuin ertegenaan om er tegenop te kunnen klimmen
– het wandrek

De twee teams moeten aan de overkant zien te komen, maar mogen met hun voeten niet op de grond komen. Ook moeten ze een aantal spullen meenemen, die ook niet op de grond mogen komen: een bal, een kegel en als je het heel moeilijk wilt maken ook een mat. Die mat is zwaar en onhandelbaar; hij moet bijvoorbeeld tussen de touwen worden geknoopt en naar de overkant geduwd!
Elk team krijgt twee hoepels die mogen worden gebruikt om in te staan.
U bepaalt zelf de spelregels: mag je in de hoepel schuifelen of moet de hoepel stil blijven liggen?

Welk team zit het eerst compleet met attributen in het wandrek aan de overkant?

2 Touwtrekken
Neem een lang en dik touw en bind in het middendeel twee linten. Wie het eerst het lint van de andere groep over het midden trekt heeft gewonnen.

3 Conditietest
Als de gymzaal leeg is, zet u een estafetteparcours uit. Dit kan zo moeilijk of simpel zijn als u zelf wilt. Van pion naar pion bijvoorbeeld over de lengte van de zaal. Welke groep heeft de beste conditie en kan het hardst lopen?