Zandvoort wordt in de geschiedschrijving voor het eerst genoemd ten tijde van Graaf Floris V. Zijn zoon, Witte van Haemstede, landde volgens de bronnen in 1304 nabij Sandevoerde tijdens de strijd tegen de Vlamingen. Echter, het dorp bestaat reeds sinds 1100.
In deze tijd ontstonden er door enorme zandverstuivingen, die werden veroorzaakt door grootschalige ontbossing van de strandwallen, nieuwe duinenrijen. Achter deze jonge duinen, bij een doorgang naar het strand (ook wel voerde of voorde genaamd), gingen vissers wonen. De nederzetting die daar ontstond noemden zij ‘Sandevoerde’ en werd bestuurd door de Heeren van Brederode. Het gebied maakte deel uit van hun ‘heerlijkheid’. In 1722 verloren de Brederodes door kinderloosheid hun ‘heerlijkheid’, waardoor Zandvoort onder de Staten van Holland kwam te vallen.
In 1882 reed de eerste electrische tram in Nederland door Zandvoort. In 1899 werd de tramverbinding Amsterdam-Zandvoort geopend. Dit vergrootte de bereikbaarheid aanzienlijk. In 1881 vond er wederom een grote verandering plaats. Ditmaal door de aanleg van de spoorlijn Haarlem-Zandvoort en de start van de bebouwing van de Boulevard met het Kurhaus en de Passage die de spoorlijn en het strand met elkaar verbonden. In 1921 werd de toegankelijkheid van Zandvoort nogmaals vergroot door de aanleg van de Zeeweg.
Zandvoort werd nationaal en internationaal een veel bezochte badplaats. Helaas bracht de Tweede Wereldoorlog duisternis over Zandvoort. Bezetters sloopten de gehele kustlinie. Meer dan 700 woningen en gebouwen moesten plaats maken voor de Atlantik Wall. Op 6 november 1942 werd het grootste gedeelte van de Zandvoorters geëvacueerd. Bij de terugkeer na 5 mei 1945 trof men een ruïne aan. Zandvoort heeft zich onder andere weten te herstellen met de hulp van het Marshall-plan en is wederom een bloeiende badplaats geworden met het hele jaar door bezoekers en gasten en ruim 16.000 inwoners.